zaterdag 18 juni 2011

Doe mij maar een groot paleis

Wat hem het meeste verbaasde was de magnifieke leegheid van zijn vol zijn. Of was het net andersom. De dode mus was herrezen en zo was het broodkruim. Hij was er erg blij om.
Het aanschouwen van dergelijk spektakel verzekerde hem ervan dat alle twijfels omtrent het spontane voltrekken van zijn levensdoelen volstrekt overbodig waren geweest. Alweer een stap verder, dichterbij. In de onvoltooid toekomende tijd zou hij zich blijven herinneren dat de tijd niet naar hem toekwam, maar dat hij met zelfzekere pas de tijd tegemoet zou komen. Een magisch realistische bewustzijnsvorm maakte dat zijn amorfe verleden uiteindelijk gebald zou worden in een opblaasbaar heden. Mogelijkerwijs natuurlijk.

Met dank aan Anish Kapoor-

vrijdag 31 december 2010

Gent, 31 december 2010

En Vanessa, hoe was jouw jaar?
Heb je genoeg gedroomd? Ben je minstens een keer dronken thuisgekomen, hopend dat het nooit meer zou overgaan, dat het goed was zo? Heb je cadeaus gekregen? Ben je zonder ondergoed naar de supermarkt geweest? Vond je jezelf oud toen je de handen zag van jouw vader? Heb je gemerkt dat je er zelf iets van kon maken van dat winderige leven? Sta je nog steeds aan de kant van de Palestijnen? Hoeveel keer heb je 'stoel' een erg vreemd woord gevonden? Heb je al beslist wat je zou doen met 3 miljoen euro? Toen je erg gelukkig was, heb je dat tegen iemand gezegd? Wat vond je van de seizoenen? Wat was de snelheid van 365 dagen op een schaal van 1 tot 10?

In 2011 breken we alle regels, jij en ik samen, het decennium van netheid is afgelopen, ok?

Lieve kussen, Charlie

zondag 14 november 2010

de nieuwe man

13 jaar geleden was ze voor het laatst zenuwachtig geweest. De man die haar een lift had aangeboden was tweemaal haar leeftijd. Hij schakelde naar de vijfde en raakte met zijn pink haar blote knie aan. Hij excuseerde zich niet. Van het verschieten schoof ze haar knie opzij, om hem een tel later weer in de originele positie te zetten. Het was de chauffeur niet ontgaan.

Nu zat ze recht tegenover een iets jongere man. Haar zwart bedonsde armen lagen ostentatief gekruist op tafel. Normaal oscilleert de mannenblik op een zittende vrouw tussen gezicht en borsten. Zij maakte van haar opvallende beharing gebruik om de aandacht van haar gebrekkige boezem af te leiden. Verder kleedde ze zich stijlvol en nam een zakenvrouwblik aan. Bijna alle mannen vonden dat best wel geil. "Die vrouw moet wel erg zelfverzekerd zijn om mij zo met haar oerwoudarmen bloot te versieren."

De iets jongere man vroeg of hij iets mocht vragen en zonder antwoord af te wachten: "Heb je ooit al een borstvergroting overwogen? Het zou de aandacht van jouw armen afleiden."

De nieuwe generatie, ze wist nog niet goed wat ermee te doen.

dinsdag 12 oktober 2010

Eenvoud, de leugenachtigste illusie der mensheid

"Dat beeld is mooi in zijn eenvoud", zei Agnes. Dat zei ze, omdat ze vermoedde dat er aan al die eenvoud een ingewikkeld systeem van geniale denkprocessen was voorafgegaan. Daarom vinden we eenvoud zo mooi, omdat het nooit eenvoudig is er te geraken.
Tussen de glazen crémant de Luxembourg door, bekeek ze nog wat beelden en ontliet zich af en toe een commentaar. De man aan wie ze haar uitleg verleende, verontschuldigde zich na dik 10 minuten voor zijn toekomende toiletbezoek en kwam niet meer terug. Ze kende nog wel wat mensen in de galerie, maar durfde hen door haar hernieuwde onzelfzekerheid niet meer aan te spreken. Ze klapte haar telefoon open en zag door haar gespleten ogen dat het 21.09 uur was. Te vroeg om naar huis te gaan, te laat om te eten, een jobstudent passeerde net op tijd met een plateau crémants. Drie teugen later klauterde ze op haar fiets met fleurige zijzakken. Ze trapte flink door en voelde haar oorschelpen tintelen in de donkere lucht. 'Opletten, tramsporen' dacht ze, toen ze erin sukkelde, haar evenwicht verloor en op haar schrijfarm viel.
De dokter op de spoedafdeling was opgetogen, het was een eenvoudige breuk.

dinsdag 28 september 2010

wedergeboorte van de filosofie

In het lelijke wachthokje, een halve cilinder op een balk, stonden twee adolescenten te schreeuwen. Het leek alsof ze van elkaar hielden. Hij rood aangelopen, zijn roste haar stak nu niet af tegen zijn huid. Zij gesticuleerde als een blanke Mary J Blidge. "En gij wist daar niets van zeker?!" was het laatste wat ik hoorde, toen een tegenliggende trein razend tot stilstand kwam. Als in een stomme 16mm-film zag ik door de treinramen hoe hij met zijn rug tegen het glas van de balk ging staan, armen gekruist. Ik was ondertussen vertrokken richting Brussel.
Ik wilde ook erg hard ruzie maken, roepen dat het zo niet verder kon met de wereld, ons milieu, ons land, onze onbouwbare bruggen, de parkeerboetes en de rimpels in mijn vel. Naast mij zat een oude meneer ingedommeld, af en toe zorgden zijn oncontroleerbare zenuwen ervoor dat zijn voet op de treinvloer concerteerde. Verder was het helemaal stil.
Waarom was het nu weeral dat we leven?

woensdag 22 september 2010

op de grens der seizoenen

De eerste beukennootjes lagen op de grond. "Weet ge,", zei hij tegen Annelies, "ik heb er vrede mee genomen dat ik nooit gelukkig zal zijn." Alsmaar meer paardenkastanjes werden tijdens de de lente aangevreten door een rupsachtige, waardoor hun bladeren al in de zomer waren verschrompeld. Progeria's van het plantenrijk, dacht Annelies, maar ze wist niet wat ze moest antwoorden. Ze wilde uitleggen dat geluk voor haar kwam als vloed en wegbleef als eb. Geluk heb je soms, maar wordt niet gewezen en zal nooit gezuld zijn. "Alles komt goed.", zei ze weinig overtuigend en pufte een doffe zucht door haar neus. Hij beantwoordde hem met een nog doffere neuszucht, ze kon zijn haren bijna horen trillen.
Ze vulden beiden hun longen met de dikker geworden lucht.
Zo werd het herfst.

zondag 22 augustus 2010

De laatste uren der weekend

Elke zondag rond 21 uur landde hij in zijn zetel. Een groene, met korte haartjes. Zijn oma had er vroeger ook zo een, hij kreeg toen steevast lichte irritatie op zijn onderbil omdat hij niet stil kon zitten. Nu droeg hij lichte jeans.
De TV ging op aan en hij op uit. De zetelkussens namen de vorm en temperatuur van zijn lichaam aan, als Sirenes die het langzaam achtergelaten lijf voor altijd bij zich willen. Het was een druk weekend geweest. De verse herinneringen aan de afgelopen uren en dagen vermengden zich met soezerijen. De verbeelding maakte zich zorgen, de werkelijkheid was gelukkig, deze nacht zou ze alleen slapen.

de ontstolen keus

Ze twijfelde tussen de rode en de groene stift. De rode zou haar de gestrengheid van een oude schooljuf geven. Groen vond ze fris en mild, groen zegt: "doe maar, het is goed". Waarmee zou ze het meest indruk maken? Hij zat links vooraan. Terwijl de rest van de klas binnenstroomde, priemde ze in zijn gezicht. Hij keek op en knipoogde zo achteloos dat het een tic leek. Haar haarvaten vulden zich terstond, ze werd rood.

donderdag 10 juni 2010

Waar vind ik dat proefschrift?

Het persoonlijke voornaamwoord voor een vrouw is 'ze' of 'zij'. 'Ze' dunkt me iets onbepaalder te zijn, 'zij' aanwijzender. Bijvoorbeeld: "Ze zat aan de drank.": een vrouw in de straat - "Zij zat aan de drank": die met het rosse haar met uitgroei, neen dat is niet waarschijnlijk, ze gaf haar geld liever aan een pils dan aan de kapper, ze had rosgrijze haren, want ze had deze maand geen geld gehad voor een nieuwe hennashampoo.
Het persoonlijke voornaamwoord voor een man is 'hij'. Alsof een man niet onbepaald kan zijn. Wat was het equivalent voor 'ze'? Was het 'he'? Dat bekt niet goed. Misschien 'ie'? Dat klinkt geografisch beperkt. En wanneer zijn we dat woord verloren en waarom?
De vrouw moet haar voornaamwoorden delen met de algemene (deel)verzameling van alle mannen en vrouwen. "Ze zaten aan de drank" - "Zij zaten aan de drank". Moet daaruit blijken dat de man wordt gezien als een speciaal schepsel onder de schepsels? Of zijn vrouwen dusdanig gevarieerd dat ze niet onder 1 noemer zijn te plaatsen (maar niet speciaal genoeg om er nieuwe woorden voor uit te vinden), in tegenstelling tot de mannen, die allemaal dezelfde zijn, als een eenvormige 'ik'?

maandag 7 juni 2010

reboundshopping

Er was iets met Mia. Iets dat haar hulpeloos sympathiek maakte. Een knik wanneer ze haar rechterbeen op de grond zette, alsof ze bij elke stap een kleine buiging maakte voor het bovenaardse. Neen, ze geloofde niet in het bovenaardse. Het interesseerde haar niet waar ze vandaan kwam, waarom ze hier was of welke moer het scheelde wat ze ervan zou maken. Filosofie is voor pseudo's, vond ze, voor mensen die teveel tijd hebben om na te denken, nutteloze theorieën voor nutteloze boeken in nutteloze gebouwen op een nutteloze wereld. We zijn in het post-filosofische tijdperk. Filosofie heeft niet altijd bestaan, het is een error van onze ontwikkeling, een neveneffect van de wetenschap. Het moet dan maar eens gedaan zijn.
Bij haar 2miljoenste knik werden haar gedachten grondig verstoord door een elektrisch-blauwe sjakosj van een bekend Frans merk.
2 minuten later was ze opgelucht dat ze die kans alvast niet had laten schieten.

dinsdag 25 mei 2010

het compromis I

Zijn nieuwe snoeischaar lag klaar op de keukentafel. Zijn vrouw was haar strijkijzer aan het schoonmaken, dat rook hij aan de indringende geur die het witte staafje ontketende in aanraking met het hete oppervlak. Hij zou roepen dat hij even in de tuin zou werken, hij zou het nog eens moeten herhalen, want Mariette hoorde wel, maar verstond moeilijk. Mariette zou veel te hard terugroepen dat hij verdorie beter met zijn tuin was getrouwd. Hij besloot niets te zeggen, om niet in de verleiding te raken die vuile tong tot aan haar huig af te snoeien.
Sinds enkele jaren omkleedde hij zich in de garage, zodat hij niet met zijn vuile schoenen de trap op moest na het tuinwerk. Hij had zijn overall nog maar net aan en kreeg al een klein schuldgevoel dat hij niets had laten weten. Hij knipperde een paar keer met de nieuwe schaar, een imaginaire buxus was weer netjes gekapt. Tevreden over zijn behendigheid wendde hij zich tot de taxushaag die sinds vorige week nog maar weinig was gegroeid. Veertien minuten later was de haag weer in perfecte toestand. Hij ging terug naar binnen.
Mariette dronk een senseo in de keuken en vroeg waar hij was geweest. "Ik kom juust van Torremolinos waar ik Gina van hiernevest haar moeder in haren bruinen heb gepakt." Mariette knorde van het lachen en vroeg of hij ook een koffie wilde.
Ze waren gelukkig getrouwd, hij, Mariette en zijn tuin.

dinsdag 11 mei 2010

les apparences

Juanita wandelde met licht versnelde pas door de centrumstraten. Sinds ze veertig was geworden wandelde ze altijd zo. Hoe sneller ik loop, hoe minder tijd de mensen hebben om goed naar me te kijken. Je kon zien dat ze vroeger erg mooi was geweest, minstens de tweedemooiste van de klas. De tweede helft van haar leven was niet hard geweest, maar ook niet plezant. Bittere groeven deelden haar gezicht in stukken, een slecht examen van een student anatomie.
Ze kocht graag boeken omdat die er met ouder worden dikwijls beter uitzien. Gisteren had ze een oud grammaticaboek Frans aangeschaft toen ze op straat een modeshow passeerde. Haar pas vertraagde, haar nieuwsgierigheid won het van haar gène, ze stopte en keek.
Aan de overkant zat een jonge man. Hij had de haastige dame enkele seconden daarvoor opgemerkt. Hij zag lange zwarte dunne haarslierten, ongelijkmatig verdeeld over een licht gebogen rug en een verdroogde boezem. Omdat ze twee zakken droeg probeerde ze het uit haar ogen te krijgen door de juiste wind te vangen. Tijdens die onelegante bewegingen merkte ze de blik van de man. Ze draaide zich om, twijfelde, keek nog één keer en liep snel weg.
Daar had ze instantspijt van, die man zal me nu wel een rare vinden, een vergane glorie getikt door een molen. Ze had zijn gedachten gelezen.

woensdag 5 mei 2010

misschien was ik beter op café geweest vanavond ofte plan B

Aan de rand van het parket ligt een plankje los. Bij het stofzuigen hangt het soms aan mijn dyson, ik ben daar niet kwaad voor. Ik pluk het eraf en duw het weer tussen de andere planken. Van al dat losliggen is het zodanig beschadigd dat het er zich binnen enkele minuten weer uitperst. Het is geen deel meer van het parket. Een eigenzinnig stuk hout dat toevallig op een visgraatparketplank lijkt. Soms denk ik dat ik het maar eens moet vastlijmen, maar ge kunt daar toch moeilijk een ganse eenheid lijm voor kopen.
Waarom ligt ge daar?
- Ik zou niet weten waar ik anders moet liggen, zoudt ge mij willen inkaderen?
Daar had ik nog niet aan gedacht, ik denk niet dat ik dat ga doen. Maar wat waart ge van plan toen ge besliste los te komen?
- Dat was net mijn plan. En kijk, het is gelukt.
En nu?

De plank zwijgt. Ik had moeten weten dat planken meestal niet veel van zeg zijn. De mensen zeggen altijd dat ge een plan A en een plan B moet hebben, voor als plan A niet lukt. Dan wordt plan B, plan A. Maar wat gebeurt er met plan B als plan A wel is gelukt?

dinsdag 4 mei 2010

popcorn

In het begin had alles ok geleken. Het was nog niet zo erg dat ze naar de sterren ging kijken om te zien of ze goed stonden, maar er was iets gezaaid. Ze hoopte minstens een pompoenplant, die groeien snel en geven veel en dikke vruchten. Toen er na enige tijd niks uit de grond kwam - was het een fout seizoen of de onvruchtbare grond - hoopte ze nog op een laatbloeier. Hoe langer het ontkiemen duurde, hoe groter haar verlangen naar sappige happen. De sterrenstanden kende ze ondertussen al van buiten.
Helaas, hij was de koning der neutralisatie. Elke passionele aanval werd afgeblokt door sympathieke, doch ondubbelzinnige wederwoorden. Het is de ondraaglijkste manier van ongeveinsde vriendelijkheid.
In een bui - eindelijk regen! - van woeste frustratie, gefrustreerde woede, keerde ze de grond om greep het zaad, nog steeds zaad, eruit en smeet het in een pan op hoog vuur. Dat doen ze met alle slechteriken.

Plop

Een lekkere boeman voor bij de film.

Maar hij was toch lekker.

maandag 3 mei 2010

slaap zacht

Nathalie ging met een vol gemoed slapen. Ze knuste haar hoofd tussen twee kussens in en duwde haar buik tegen de matras. Haar warmte vulde de onderdekense ruimte, haar dromen verstikten de slaapkamer. In de woestijn tussen denken en doen zouden morgen weer duizenden doden liggen.

maandag 26 april 2010

sinusoïde

Met vereenzaamde krachten trok Tony van de zetel naar de kast. In de kast lagen twee aanstekers, een blauwe en een paarse, van bic. Voor sigaretten zou hij de deur uit moeten. De deur was al ver, laat staan buiten. Buiten was iedereen blij, er was geen wolk aan de hemel, zelfs geen vliegtuig. Hoe lang kunt ge blij zijn, zou het kunnen dat ge zegt "ik ben blij" en dat ge direct daarna niet meer blij zijt? Bij Tony kan dat. Blij zijn is iets waar ge niet over moet nadenken, ge zijt het of ge zijt het niet en dan vragen ze hem "zijde blij?", hij zegt ja en dan begint hij te denken en verwenst hij die stomme hoer, die hij zelfs niet goed kent, omdat ze zijn blij heeft verjaagd met haar bemoeinissige vragen. Tony dacht nu dat triestheid precies niet volgens dezelfde principes werkte als blijheid.
Tony stapte naar buiten, een beetje triest en hoopte dat hij iemand zou tegenkomen die vroeg "zijde triest?". De winkeljuffrouw vroeg enkel om geld. Verder vroeg niemand hem iets. Hij stak een sigaret op en vroeg het zichzelf. Hij besefte dat hij triest was omdat hij niet blij was. Hij vond dat ineens nogal stom en werd blij dat dat de hoofdreden was van zijn triestheid en vluchtte naar binnen, hij wilde vandaag niemand meer tegenkomen.

donderdag 22 april 2010

de prooiloze vangst

"Als mijn geweten morgen speelt, dan is dat uw schuld!" Wat hij niet wist, was dat haar geweten nu al speelde. Ze voelde zich wat zenuwachtig omdat ze wilde dat zijn 75 kilo op haar lag, de lucht uit haar longen perste en ze tussen het kussen door kleine hapjes zou inademen alsof het leek dat ze hijgde. Daarna zou ze echt hijgen in cadans met zijn bloed. Zou hij het geil vinden als ik op zijn rug kraste?
"En wat wilt gij drinken meiske?", een vijftigjarige vrouw stond ongeduldig, doch vriendelijk, te wachten op haar bestelling. Ze dacht water, maar zegde wijn, witte, sauvignon. De drukte in het café hadden haar haar bedenktijd ontstolen. Ze moest niet lang wachten op haar wijn, haar maag ook niet.
Hij vroeg waar ze woonde, ze reden samen naar haar huis, fietsen op slot. Aan de deur hield ze haar handen voor haar gezicht, zij dacht shit en zegde slaapwel. Hij dacht fuck en zegde tot later. Met fiere triestheid kroop ze het bed in. Was ze gered of had ze zichzelf iets ontstolen?
De volgende ochtend knipte ze haar nagels.

dinsdag 20 april 2010

cyberlijm

Kim klikte nog eens op de refreshknop. 2 nieuwe mails. Een voor een enquête over de werking van het Vlaams parlement. En een spammail van een verloren vriendin uit Spanje, de laatste drie jaar kreeg hij van haar enkel nog dit soort mails. Misschien is ze wel dood en teren er internetbacteriën op de restanten van haar virtueel leven. Wat gebeurt er met al die dode internetters? Bestaat er een medium waaraan we kunnen vragen waarom die rusteloze bytes er nog zijn, hoe we ze de weg kunnen leiden naar de internethemel, of er nog iets is wat we voor hen kunnen doen. Een laatste comment, een hoogste bod, een verjaardagswens, een hete stud?
Hoe lang nog voordat dat immens immateriële zwarte gat voor een laatste keer samentrekt om daarna alle dode en levende dingen in een parallel universum te kwakken en iedereen zich afvraagt "waar is God nu?".

Wis-wis. Jaja, hij was het zeker.

blauwe maandag

Een dame met een blauwe jas sloot de voordeur zonder elegantie, in haastige tred ging ze naar haar wagen. Terwijl ze op de autostrade reed, maalden de verhalen van haar vriendin door haar hoofd. Ze verzon er zelf de beelden bij. Kleine zondige filmpjes met haar vriendin in de hoofdrol. Omdat ze zichzelf als een goede vriendin beschouwde, had ze er op het moment dat ze de verhalen hoorde hard mee gegniffeld, zij het niet van harte.
Toen ze bij een inhaalmanoeuvre bijna de polo op de tweede rijstrook had geramd, merkte ze dat ze de filmpjes alsmaar intenser beleefde en verzonk in een onaangenaam gevoel van jaloezie. Ze was jaloers omdat haar vriendin zondige verhalen kon vertellen en zij niet. Zonden zijn dingen die niet mogen, gebeurtenissen die je best voor jezelf houdt. Paradoxaal genoeg zijn dat net de dingen die iedereen graag hoort en nog vreemder, het zijn de dingen die iedereen ook graag vertelt. Tot op een bepaalde hoogte is je aura van zondigheid evenredig aan je populariteit, dacht ze.
Ze reed haar oprit op en wilde haar brievenbus crashen, maar ze durfde niet. Ze dronk een halve fles porto en wilde haar vriendin bellen om te zeggen dat ze een net een fles porto had gedronken. "Ge zijt een zielige taart", besloot ze, ze belde niet en keek naar de aflevering van Witse die ze vorige zondag had gemist.

maandag 12 april 2010

levis

Sabrina had haar leven mooi opgeruimd. Elke dag was een aaneensluiting van slapen, kakken en eten. Ze had haar eten televisiekijkend naar binnen gewerkt en ging naar de vaatwasmachine om er haar vuil bord in te zetten. Daarna zou ze kakken. Op weg naar het toilet merkte ze een lichte piepachtige zoem in haar rechteroor. Vreemd, de televisie had niet danig luid gestaan, was haar laatste gedachte. Haar hoofd explodeerde, alles wat ze zo ordelijk had weggestoken kwam er nu in grijsrode slierten uitstromen, een orgasme van bijna vergeten verledens.
Je mag nooit te snel willen opruimen, tenzij je je badkamer in een ander kleurtje wil.