dinsdag 16 maart 2010

maandag 15 maart 2010

dag 17

Eigenlijk komt ge tijdens het droge seizoen beter niet naar Laos. De rijstvelden zijn dorre trappenvlaktes en ze steken de planten in brand. Slash & burn of zoiets, waarom, ik weet het nog niet. De valleien zitten vol rook en ge kunt geen tweehonderd meter ver zien.
Ik kan ook niet ver zien.
Ik denk aan wat doe ik morgen, waar en hoe ga ik er geraken. Soms denkt ge dat ge moet weten waarom ge op reis zijt. Ge probeert er aan te denken en dan ziet ge een Laotiaan die met een net vissen probeert te vangen, zonder succes en ge vraagt u af waarom hij gewoon gene vis koopt op de markt.
Maar ge moest u afvragen waarom ge op reis zijt.

dag 16

Dit is een boom, de Plumeria. Aan de boom groeien bijna geen bladeren, maar wel bloemen. Van die bloemen die ge van de grond zoudt rapen en opeten, vlezig. De Plumeria is de officiële bloem van Laos.
Laos is een tak. Er staat zo goed als niets. Hutten, een beetje beton hier en daar.
Laotianen zijn bloemekes, kleine, honingachtige mensen die bij massale import de teddyberen met uitsterven zouden bedreigen.

vrijdag 12 maart 2010

dag 15

Het Nationaal Museum van Vientiane. Eertijds het museum van de revolutie. Binnen mocht ge geen foto's trekken, ik snap niet waarom. De museumshop geeft echter een goed idee van hoe het museum is.
Ze proberen zelfs niet die Laotianen.
'k Ga ook nie proberen, morgen of later meer tekst, saluus.
Misschien ga ik vanavond nekeer uut, nie dakket mis, maar 't is toch lank leen.


donderdag 11 maart 2010

dag 14

Op het gouden zand op bodem van de Mekong, die in nattere tijden is bedekt met een laag water, groeit spontaan een plant, en nog geen misse.
Ondanks de rigide, schijnbare democratie, groeit alles hier spontaan. Bomen, huizen, mensen.

In het station staat een Hollandse familie. Papa, mama, kindje en tante.
"Nee niet in die plas lopen jongen, dat is vies." De jongen hupt over en weer over de plas, ik wacht op het moment dat hij erin loopt.
"Jongen, wil je nog wat water, water is gezond, wil je water, je hebt al teveel suiker?" De jongen neemt het flesje water, drinkt een beetje en maakt dan papa nat. Papa is boos en kapt het ganse flesje op de jongen, de jongen verschiet, lacht en zegt sorry.
"Wil je een beetje in je buggy zitten? Kom we gaan wat in de buggy zitten." De jongen begint te wenen en brullen, neemt de bal uit de buggy en wil met de bal spelen, maar dat mag niet.
"Kom we gaan je gezicht eens schoonmaken met een zeepdoekje, papa jij ook?" Papa hoeft niet.
"Wil je wat tekenen, wat wil je tekenen, welke kleur wil je?" De jongen tekent, maar zijn papiertje legt hij op een plasje koffie op de bank, gedaan met tekenen.
"Gaan we verven? Je neemt je vinger" - Mama neemt zijn vinger - " en je wrijft het op het papiertje, ok goed zo, kom we maken vlug je handen schoon met een zeepdoekje."
"Niet te dicht bij de sporen jongen, dat is gevaarlijk, wil je dood, wil je dat?" Ik wacht op het moment dat hij op de sporen loopt.
"Ik denk dat het tijd is" Mama doet haar loodzware rugzak aan en kijkt op een geschreven tablet naar de vernieuwde treinuren (officiële treinuren zijn in Thailand een indicatie, geen zekerheid). "Wat 10u30? een halfuur later? Ach neen!"

Op een bankje ver zit een Thais jongentje al anderhalf uur naast de mama, ze zeggen allebei niets.

dag 13

Deze lelijkaards zijn eindelijk uit de valies geraakt. 5 km naar de verzonken tempel, waarvan ge het topje nog uit de Mekong kunt zien steken en zijn replica die nog mooi aan de oever staat, en terug.
Nong Khai is zoals Peggy en ik het 4,5 jaar geleden hebben achtergelaten. Niet waar, er wordt een nieuwe tempel gebouwd en er is een nieuwe bar op het water, maar die was gisteren en vandaag dicht.

woensdag 10 maart 2010

dag 12

Ayutthaya is zo een beetje het Angkor Wat van Thailand, iets kleiner. Op de kaart is het een eiland op land, volledig omzoomd door een rivier. Ge denkt, amaai da gaat daar schoon zijn, een eiland vol oude dingen. Dat was buiten de thaien gerekend. Drukke straten, huizen en koterijen, voedselkramen temidden van al dat schoons. Een inwendige ontgoochelings-hmm, ik ben nog niet tegen mezelf beginnen babbelen in het luid. Ge rijdt wat rond en om 300 meter ziet ge volledige en minder volledige ruines uit het Middeleeuwse Thailand.
Dan denkt ge hoe het zou kunnen zijn. Alles weg dat jonger is dan honderd jaar, een grote poort ter ingang van het eiland, aanschuiven om binnen te gaan, 20 euro betalen voor een toegangsticket, optie trein-, tram- of paardenkar 10 euro extra, 10.000 vierkante meter bezoekersparkings, files bussen, mc donalds, KFC en burger king op een rijtje, een dichtbij attractiepark en een reeks standaard- en chique hotels op de hoofdweg.
Die Thaien zijn zo gek nog niet, laat het maar zo, zo is het goed.

maandag 8 maart 2010

dag 11

Met de eeuwige thaise lach en bijhorende groet of niet, hij blijft ongelofelijk eng.

zondag 7 maart 2010

dag 10

Zondagmiddag in Bangkok. Veel mensen moeten werken, maar minder dan op een andere dag. Mensen met een beetje geld gaan shoppen. Die met minder geld gaan vliegeren op het plein. Wat ge daar kunt kopen zijn vliegers, matten om op te zitten en dranken.
Ik loop er ook op dat plein, de wind doet me vergeten dat er op mijn huid een osmoseproces aan de gang is tussen uitlaatgassen, zonnecrème en zweet. Ik kijk naar de vliegers en voel me erg licht. Zo een moment waarvan ge weet dat het het niet rap gaat vergeten. Ik hoop voor haar hetzelfde.

zaterdag 6 maart 2010

dag 9

Een streepke Bangkok. Ik vind Bangkok tot nu toe de moeder der Aziatische hoofdsteden. Haar kinderen hebben al geleerd, maar zij blijft bij haar oude gewoontes.
Achter elke sjieke hoek ziet ge een vuile veeg en vanuit elke vuile steeg blinkt er iets prachtig.

dag 8

In een ander busstation de dag erna. Ik wachtte er drie uur, omdat de trein vol zat. Met mij wachtten bijna duizend mensen, sommigen korter, anderen langer, maar ge hoorde niemand klagen. Ik ga niet zeggen dat ik het daar plezant vond, maar onaangenaam was het niet, neen. Ook niet die vier uur rijden in de minibus, drie uur wachten op de trein in Hat Yai en de 18 uur trein naar Bangkok. Ik ben in Bangkok!

donderdag 4 maart 2010

dag 7


In een busstation. Tientallen machines blazen hun gassen en hete aircoluchten in de overdekte ruimte. Ziet ge die mevrouw? Ze wandelt. Ik zit, in een bus, te wachten.
De mevrouw wandelt niet helemaal zonder schroom langs vuilnisbakken om te zien of er iets tof in zit, dat steekt ze dan in een zwarte zak.
Ze kijkt ook in de vuilbak naast de bus waarin ik zit. Ze snuffelt en ik denk: "ik trek nen foto". Ik druk af en net op het moment dat de iris van mijn lens knippert, kijkt ze op. Ik verschiet, trek de camera weg en voel me betrapt. Mocht ik haar zijn, ik had plaatsvervangende schaamte in mijn plaats. Waarschijnlijk heeft ze het niet eens gezien. Wanneer ik enigszins bedroefd opmerk dat de foto is bewogen, zit ze al in de volgende bak.







dag 7

Op de bodem van een gouden kist ligt soms wat stront. De stront van Kuala Lumpur ligt onder andere in Chow Kit (bijna kow chit). Een plek waar ge geen toeristen tegenkomt. Niet ver hiervan keek een jongentje me aan en riep "hello sir!" ik zei "hello!" hij antwoordde grootglimlachend "Welkom to Malaysia sir!" Ik moest wenen en lachen tegelijkertijd.

Dag 6

Een gouden toren. Op een of andere manier had ik dat al mijn hele leven eens willen zien, ik ben daar zo blij van geworden. Maar in Kuala Lumpur is het niet al goud dat blinkt. Maar gelijk ze zeggen hier in het Zuidoostelijke Azië, eens al het voedsel is verdwenen, zullen de mensen pas beseffen dat goud niet eetbaar is.

dinsdag 2 maart 2010

dag 5

Singapore is waarschijnlijk de properste stad van de wereld. Als er werken zijn, worden die keurig weggestoken, dat is niet zo bijzonder. Het is wel uitzonderlijk dat zelfs de omheining der werken wordt opgefleurd. Die vuile verschoningswerken worden meestal gedaan door Indiërs. Ik hoop dat ze gaarne schilderen.

zondag 28 februari 2010

dag 4

In Singapore zijn er geen seizoenen, het is er gemiddeld 30 graden celsius. Ijsberen leven op de Noordpool, daar is het gemiddeld kouder. Brrrrr...

dag 3

Een mooie dag aan het strand. Vroeger stonden er op Sentosa, een eiland voor de kust van Singapore, enkel bomen. Nu zijn er valse witte stranden, een amusementenpark, shopping malls, een monorail, hotels, restaurants; allen in disney-kitsh stijl. "Omdat het volk zich zou amuseren." vertelde een insider me. Brood & spelen in de 21ste eeuw.

vrijdag 26 februari 2010

dag 2

In Singapore worden Singaretten niet op de grond gesmeten, ten koste van de vuilbakken, arme vuilbakken.

donderdag 25 februari 2010

dag 1











Enkele uren na het verorberen van deze lekkernij leek het wel alsof ik me in een vliegende endeldarm bevond. Groetjes, Karel

maandag 1 februari 2010

keykeeper

"Excuseer, kan u me zeggen waar ik Eddy kan vinden?" Eddy had zijn bureau op het eerste verdiep. Ik klopte aan. Geen antwoord. Voorzichtig opende ik de deur. Eddy keek me aan als een moeder die zit te wachten op haar minderjarige zoon die al twee uur moest thuis zijn na een scoutsfuif. Hij vroeg niet hoe hij me kon helpen. "U bent Eddy? Ik heb de sleutel nodig van de rechterpoort van de bibliotheek, men heeft me gezegd dat ik die bij u kon vinden?" Hij vond het erg vervelend als iemand hem stoorde, hij vond het vervelend dat iemand hem aansprak, het liefst was hij alleen met zijn sleutels. Ik legde hem de dringendheid van mijn vraag uit en met tegenzin maakte hij zijn bureaublad proper om er de classeur der sleutels op te leggen. Hij verifieerde tweemaal of het wel die sleutel was die ik nodig had. Hij schreef twee codes op, nam een nieuwe classeur en sloeg die bijna willekeurig open en knikte bevestigend, "goed gedaan Eddy", dacht hij bij zichzelf. Hij opende een bureaulade, nam er een sleutel uit en opende er een kast mee, die tegen de gele linkerwand van de kleine kamer leunde.
Nu hij rechtstond zag ik dat zijn kaki-kleurige broek een tiental centimeter te kort was, ik volgde de nauwe broekspijpen naar boven en schatte dat de knoop van zijn broek zich ongeveer op zijn navel moest bevinden. Dat vond hij vast prettig, om af en toe het koude metaal van de knop tegen zijn buikgat te voelen. De broek vormde een soort van pamper rond zijn achterwerk, ik probeerde te achterhalen wanneer die in de mode zouden zijn geweest. Door zijn even modieuze trui stak een vaal hoofd met uitdunnend en grijzend haar. Hij kaalde niet op een specifieke plek, het was overal dunnend, zoals bij oude vrouwen. Hij probeerde het niet volumineuzer te doen lijken, het lag en stond in vettige sliertjes op zijn hoofd.
In de kast stonden een tiental andere kastjes, vol met bossen sleutels. Eddy keek beslist op 1 plaats, schudde zijn hoofd en keek nog eens. Hij sloot de kast, telefoneerde, stond op, schreef "EDDY" op een blad papier en kleefde het op zijn voor de helft uitgedronken flesje cola en wenkte me hem te volgen. Ik staarde naar de pamperbroek in beweging en nog voor ik op de naam van het dier kon komen die ik in die vormen dacht te zien, overhandigde hij me de sleutel van de poort. "De veiligheidsman heeft hem niet meer nodig, wanneer breng je hem terug?"

Ik wil ook een Eddy. Eddy? Zorg je ervoor dat je die deur gesloten blijft? Eddy, vraag je goed door alvorens je een van mijn sleutels meegeeft? Straks krijg je een suikerwafel en een nieuwe kast, goed?