woensdag 10 maart 2010

dag 12

Ayutthaya is zo een beetje het Angkor Wat van Thailand, iets kleiner. Op de kaart is het een eiland op land, volledig omzoomd door een rivier. Ge denkt, amaai da gaat daar schoon zijn, een eiland vol oude dingen. Dat was buiten de thaien gerekend. Drukke straten, huizen en koterijen, voedselkramen temidden van al dat schoons. Een inwendige ontgoochelings-hmm, ik ben nog niet tegen mezelf beginnen babbelen in het luid. Ge rijdt wat rond en om 300 meter ziet ge volledige en minder volledige ruines uit het Middeleeuwse Thailand.
Dan denkt ge hoe het zou kunnen zijn. Alles weg dat jonger is dan honderd jaar, een grote poort ter ingang van het eiland, aanschuiven om binnen te gaan, 20 euro betalen voor een toegangsticket, optie trein-, tram- of paardenkar 10 euro extra, 10.000 vierkante meter bezoekersparkings, files bussen, mc donalds, KFC en burger king op een rijtje, een dichtbij attractiepark en een reeks standaard- en chique hotels op de hoofdweg.
Die Thaien zijn zo gek nog niet, laat het maar zo, zo is het goed.

maandag 8 maart 2010

dag 11

Met de eeuwige thaise lach en bijhorende groet of niet, hij blijft ongelofelijk eng.

zondag 7 maart 2010

dag 10

Zondagmiddag in Bangkok. Veel mensen moeten werken, maar minder dan op een andere dag. Mensen met een beetje geld gaan shoppen. Die met minder geld gaan vliegeren op het plein. Wat ge daar kunt kopen zijn vliegers, matten om op te zitten en dranken.
Ik loop er ook op dat plein, de wind doet me vergeten dat er op mijn huid een osmoseproces aan de gang is tussen uitlaatgassen, zonnecrème en zweet. Ik kijk naar de vliegers en voel me erg licht. Zo een moment waarvan ge weet dat het het niet rap gaat vergeten. Ik hoop voor haar hetzelfde.

zaterdag 6 maart 2010

dag 9

Een streepke Bangkok. Ik vind Bangkok tot nu toe de moeder der Aziatische hoofdsteden. Haar kinderen hebben al geleerd, maar zij blijft bij haar oude gewoontes.
Achter elke sjieke hoek ziet ge een vuile veeg en vanuit elke vuile steeg blinkt er iets prachtig.

dag 8

In een ander busstation de dag erna. Ik wachtte er drie uur, omdat de trein vol zat. Met mij wachtten bijna duizend mensen, sommigen korter, anderen langer, maar ge hoorde niemand klagen. Ik ga niet zeggen dat ik het daar plezant vond, maar onaangenaam was het niet, neen. Ook niet die vier uur rijden in de minibus, drie uur wachten op de trein in Hat Yai en de 18 uur trein naar Bangkok. Ik ben in Bangkok!

donderdag 4 maart 2010

dag 7


In een busstation. Tientallen machines blazen hun gassen en hete aircoluchten in de overdekte ruimte. Ziet ge die mevrouw? Ze wandelt. Ik zit, in een bus, te wachten.
De mevrouw wandelt niet helemaal zonder schroom langs vuilnisbakken om te zien of er iets tof in zit, dat steekt ze dan in een zwarte zak.
Ze kijkt ook in de vuilbak naast de bus waarin ik zit. Ze snuffelt en ik denk: "ik trek nen foto". Ik druk af en net op het moment dat de iris van mijn lens knippert, kijkt ze op. Ik verschiet, trek de camera weg en voel me betrapt. Mocht ik haar zijn, ik had plaatsvervangende schaamte in mijn plaats. Waarschijnlijk heeft ze het niet eens gezien. Wanneer ik enigszins bedroefd opmerk dat de foto is bewogen, zit ze al in de volgende bak.







dag 7

Op de bodem van een gouden kist ligt soms wat stront. De stront van Kuala Lumpur ligt onder andere in Chow Kit (bijna kow chit). Een plek waar ge geen toeristen tegenkomt. Niet ver hiervan keek een jongentje me aan en riep "hello sir!" ik zei "hello!" hij antwoordde grootglimlachend "Welkom to Malaysia sir!" Ik moest wenen en lachen tegelijkertijd.

Dag 6

Een gouden toren. Op een of andere manier had ik dat al mijn hele leven eens willen zien, ik ben daar zo blij van geworden. Maar in Kuala Lumpur is het niet al goud dat blinkt. Maar gelijk ze zeggen hier in het Zuidoostelijke Azië, eens al het voedsel is verdwenen, zullen de mensen pas beseffen dat goud niet eetbaar is.

dinsdag 2 maart 2010

dag 5

Singapore is waarschijnlijk de properste stad van de wereld. Als er werken zijn, worden die keurig weggestoken, dat is niet zo bijzonder. Het is wel uitzonderlijk dat zelfs de omheining der werken wordt opgefleurd. Die vuile verschoningswerken worden meestal gedaan door Indiërs. Ik hoop dat ze gaarne schilderen.

zondag 28 februari 2010

dag 4

In Singapore zijn er geen seizoenen, het is er gemiddeld 30 graden celsius. Ijsberen leven op de Noordpool, daar is het gemiddeld kouder. Brrrrr...

dag 3

Een mooie dag aan het strand. Vroeger stonden er op Sentosa, een eiland voor de kust van Singapore, enkel bomen. Nu zijn er valse witte stranden, een amusementenpark, shopping malls, een monorail, hotels, restaurants; allen in disney-kitsh stijl. "Omdat het volk zich zou amuseren." vertelde een insider me. Brood & spelen in de 21ste eeuw.

vrijdag 26 februari 2010

dag 2

In Singapore worden Singaretten niet op de grond gesmeten, ten koste van de vuilbakken, arme vuilbakken.

donderdag 25 februari 2010

dag 1











Enkele uren na het verorberen van deze lekkernij leek het wel alsof ik me in een vliegende endeldarm bevond. Groetjes, Karel

maandag 1 februari 2010

keykeeper

"Excuseer, kan u me zeggen waar ik Eddy kan vinden?" Eddy had zijn bureau op het eerste verdiep. Ik klopte aan. Geen antwoord. Voorzichtig opende ik de deur. Eddy keek me aan als een moeder die zit te wachten op haar minderjarige zoon die al twee uur moest thuis zijn na een scoutsfuif. Hij vroeg niet hoe hij me kon helpen. "U bent Eddy? Ik heb de sleutel nodig van de rechterpoort van de bibliotheek, men heeft me gezegd dat ik die bij u kon vinden?" Hij vond het erg vervelend als iemand hem stoorde, hij vond het vervelend dat iemand hem aansprak, het liefst was hij alleen met zijn sleutels. Ik legde hem de dringendheid van mijn vraag uit en met tegenzin maakte hij zijn bureaublad proper om er de classeur der sleutels op te leggen. Hij verifieerde tweemaal of het wel die sleutel was die ik nodig had. Hij schreef twee codes op, nam een nieuwe classeur en sloeg die bijna willekeurig open en knikte bevestigend, "goed gedaan Eddy", dacht hij bij zichzelf. Hij opende een bureaulade, nam er een sleutel uit en opende er een kast mee, die tegen de gele linkerwand van de kleine kamer leunde.
Nu hij rechtstond zag ik dat zijn kaki-kleurige broek een tiental centimeter te kort was, ik volgde de nauwe broekspijpen naar boven en schatte dat de knoop van zijn broek zich ongeveer op zijn navel moest bevinden. Dat vond hij vast prettig, om af en toe het koude metaal van de knop tegen zijn buikgat te voelen. De broek vormde een soort van pamper rond zijn achterwerk, ik probeerde te achterhalen wanneer die in de mode zouden zijn geweest. Door zijn even modieuze trui stak een vaal hoofd met uitdunnend en grijzend haar. Hij kaalde niet op een specifieke plek, het was overal dunnend, zoals bij oude vrouwen. Hij probeerde het niet volumineuzer te doen lijken, het lag en stond in vettige sliertjes op zijn hoofd.
In de kast stonden een tiental andere kastjes, vol met bossen sleutels. Eddy keek beslist op 1 plaats, schudde zijn hoofd en keek nog eens. Hij sloot de kast, telefoneerde, stond op, schreef "EDDY" op een blad papier en kleefde het op zijn voor de helft uitgedronken flesje cola en wenkte me hem te volgen. Ik staarde naar de pamperbroek in beweging en nog voor ik op de naam van het dier kon komen die ik in die vormen dacht te zien, overhandigde hij me de sleutel van de poort. "De veiligheidsman heeft hem niet meer nodig, wanneer breng je hem terug?"

Ik wil ook een Eddy. Eddy? Zorg je ervoor dat je die deur gesloten blijft? Eddy, vraag je goed door alvorens je een van mijn sleutels meegeeft? Straks krijg je een suikerwafel en een nieuwe kast, goed?

donderdag 21 januari 2010

beminnen en verminnen

Johan Verminnen heeft de mooiste liedjes gezongen. Het is bijna ongelooflijk dat er uit die schorre, bijna marginale spreekstem, toegegeven, met nog een schoon accent, zo'n melancholieke, ruimtevullende, ogenbevochtigende stem komt. Hij is een van die zangers waarvan veel mensen van mijn leeftijd geen titels kunnen opnoemen, maar bij het horen ervan meteen terugdenken aan de tijd dat ze op woensdagmiddag van school kwamen, de warmte en de eerste eetgeuren van de keuken hun gemoed vulden met een enorm welbehagen. Mama had de aardappelen al geschild, ze stonden waarschijnlijk al op het vuur, of waren in lange reepjes al voor de eerste keer gefrituurd. "Hoe was het op school jongen?" Haar wang rook nog naar dagcrème.
Jaren later had ze haar sjaal laten liggen in je auto, mama ruikt nog steeds lekker.

En toch vinden sommigen Johan geen aangename man. Zijn het de resten van een hyperactieve acné op zijn wangen, zijn zelfzekere compromisloosheid, zijn begrensde sympathiciteit? Ik heb hem altijd graag gemogen. Ik heb er geen nood aan dat hij mijn vriend is, maar zo af en toe een glas in een café zou ik niet afslaan.

woensdag 20 januari 2010

als er geen wegen zijn

Er was geen weg terug. Hij voelde zich helemaal alleen op een Russische toendra met zijn voeten twintig centimeter in de permafrost. Geen weg terug, nergens om naartoe te gaan. Wachten op dooitijd zou zijn dood betekenen. Net op het moment dat hij liefst ook inwendig leeg was, moest hij naar creatieve oplossingen zoeken voor een destabilisering van zijn situatie. In de verste verte was er niemand die hem zou kunnen helpen. De aandacht die hij anders zo gemakkelijk wist te vangen was hier uitgeroeid, instincten kon je hier niet ruiken. Een samenloop van omstandigheden leek hem nog nooit zo onvruchtbaar geweest te zijn. Mocht hij heel hard tollen met zijn lichaam, zouden zijn benen van zijn voeten breken? Hoe ver zou hij met zijn bloedende stompen geraken?
Hij liet zijn broek zakken en piste op zijn benen - niet te hard, niets verspillen - die leidden de warme urine naar beneden. Zijn enkels en hielen kwamen langzaam los, zijn voeten plopten pijnlijk uit de geveterde aarde. Vrij!

Vrij om nergens naartoe te gaan.

zondag 17 januari 2010

iedereen beeft

"bel maar niet
ook niet voor liefde
geen zin"
Ze las de sms voor de eerste maal sinds ze was gestopt met wenen. Hoe was het zover gekomen? Zij was de diegene geweest die zich had ingehouden. Step by step, day by day, dat hadden ze afgesproken. Ze moesten erom lachen, ze hadden er immers beide naar gekeken. En nu? Het enige wat ze kon doen, was zoeken naar hoop. 8 woorden, weinig plaats voor hoop. Er stond niet geschreven "bel maar niet meer". Binnenkort zou ze nog eens bellen, voor liefde natuurlijk. Er stond niet geschreven "geen zin meer". Soms hebben mensen geen zin, toch? Of had het geen zin, in het algemeen? Hij was niet zo algemeen, hij was heel bijzonder. Ze vroeg zich af hoe mensen daar biezonder van konden maken. Dat zou ze aan hem vragen, ja. Wat een goede vraag, dat zou hij zeker appreciëren, en dan zou alles vanzelf komen.

Twee dagen later had ze zijn antwoordapparaat aan de lijn, ze wachtte op zijn welkomstboodschap, shit, daar had ze niet op gerekend, ze kon aan niets denken dat ze wilde zeggen en haakte vlug in. Ze belde meteen terug - zeg iets grappigs, niet bedelen, allez! - en haakte weer in, net voor de biep.

In Haïti stierven 50.000 mensen, het deed haar niets.

woensdag 13 januari 2010

alles gaat goed

Op zeer onverwachte momenten werd Jeanine erg zenuwachtig. Onderaan haar rug begon haar merg te trillen en kroop eerst traag en dan heel snel helemaal naar boven. Het trilde nu zo dat haar ribben klapperden, zodat ze zich moest concentreren op haar ademhaling, haar hart sloeg een beurt over. Haar hart sloeg een beurt over.
"Jeanine, alles is ok, ge hebt alles wat ge moet hebben, waarom doet ge dat uw eigen aan?", suste ze zichzelf, maar ze was niet de best geplaatste persoon om zich gerust te stellen, zeker niet in haar toestand. De dam was gebroken, gedachten overspoeld door ongecontroleerde emoties, de fundamenten van het redelijk verstand bedreigd met instortingsgevaar.
Ze wist wel wat ze moest doen. Wachten, tot het voorbij is. Als er toevallig iemand bij haar was, veinsde ze migraine en speelde ze een apathische zak patatten.
Hoewel ze op dat soort momenten niet veel honger had, was het gevoel dat ze kreeg bij patat het minst onaangename dat ze zich kon voorstellen. Patat kan puree zijn, of gratin dauphinois, of gewoon zichzelf met peterselie. Ze had maar te kiezen. Ze kon nog kiezen. "Jeanine, ge kunt nog kiezen."
Net voor ze zou beslissen dat ze daar toch eens iets moest aan doen, aan die onbeschaafde zenuwbanen, ebde alles weg. Wat overbleef van Jeanine kon zich eindelijk weer op een stoel zetten en zuchtte een schrale lucht.

Haar kinderen juichten toen het avondeten werd geserveerd.

dinsdag 12 januari 2010

het onderste uit de kan

We waren al twee dagen ingesloten door een dichte stroop van vuil wit. De dag lag op sterven. Hier en daar stikten mensen, sommigen stikten zichzelf. Ik dronk het laatste bodempje thee, ik geloof dat er nu ook een laagje vuil wit op mijn tanden lag. De lekkerste thees worden bittervuil als ge ze te lang laat trekken.
Misschien zijn we hier al te lang, we staan met ons voeten in lauw sop, laten we ergens anders gaan hangen.
We gingen nog wat verder op dat elan, bijvoorbeeld dat iedereen een doos theezakken is en we vroegen ons af of ge ze al dan niet moet opgebruiken, en of dat er een kans is dat ge, als ge ze allemaal hebt gebruikt, ge een nieuwe doos krijgt, of tenminste een kleine bonus. Anders staat ge daar de laatste jaren van uw leven in troebele waters. Ondertussen smolt de dag zich door de stroop.
Zonet wilden we gaan en nu willen we blijven. Moeten we gaan omdat we dat soms willen of moeten we blijven omdat we soms niet meer willen gaan?

donderdag 7 januari 2010

Nieuwjaarswensen

Gisteren was het Driekoningen. Caspar, Melchior en Balthasar met niet respectievelijk - een gekregen paard kijkt ge niet in de bek - wierrook, goud en mirre. Melchior was de zwarte, de anderen waren bruin, denk ik. Mirre is een harsbevattende plant, van de hars maakt men olie.

In 1989 haalden we 213 frank op. Vanessa, Charlie en Annelien. Charlie was een spook, van de vestimentaire rest herinner ik me enkel een blauwe gebreide muts met een gele gebreide bloem. Ik vermoed dat de rood-gele poncho met pomponnen er toen ook bij was, het was een van onze favorieten, lang voor pamfluitsignalen er u van op de hoogte stelden dat ge aan de hoek van een straat zoudt gaan komen. Van 7 tot en met 10 januari 1989 was Charlie erg gelukkig met de ondernomen driekoningenactie.

Zijn geluksbelevingen omgekeerd evenredig aan leeftijd? Of hebben mensen met een gelukkige jeugd het ongeluk dat ze er beter bestand tegen zijn, de cynische antilichamen sneller ageren en zo de indruk krijgen dat geluk een almaar schaarser goed wordt? Is investeren in geluk een stabiele belegging op de beurs van het hoofd?
Ik wil gaarne geloven: neen - dat kan, maar is niet onomkeerbaar - ja.

2010 is het nieuwe 2000, alles ervoor was maar om te proberen proberen, nu proberen we voor echt hé, Vanessa?